Bel ons nu!

(Jeugd-)strafrecht

Voor iedereen vanaf 12 jaar geldt in Nederland het strafrecht. Voor jongeren van 12 tot 18 geldt op bepaalde punten echter een bijzonder regime: het jeugdstrafrecht. Dit houdt in dat er een aantal bijzondere regels gelden in een strafprocedure wanneer het gaat om een jeugdige verdachte. Voor volwassenen vanaf 18 jaar geldt in principe het ‘gewone’  volwassenenstrafrecht.

Ik sta zowel jeugdigen als volwassenen bij in strafzaken. Ik behandel zaken bij de politierechter en meervoudige kamer, ook in hoger beroep.

Hoewel strafrecht nog een relatief klein deel van mijn praktijk beslaat beoefen ik het met veel passie en ben ik altijd op de hoogte van actuele wetgeving en jurisprudentie. 

Voor informatie kunt u contact met mij opnemen.

 

  

Veelgestelde vragen

Hoger beroep tegen het vonnis

Indien je het niet eens bent met het vonnis van de rechter, kun je hiertegen in hoger beroep gaan zodat de zaak opnieuw wordt behandeld door het gerechtshof.


Termijn hoger beroep

Het hoger beroep moet uiterlijk 14 dagen na de dag van de uitspraak zijn ingesteld. Wanneer je niet van de zittingsdatum en het latere vonnis op de hoogte was, omdat je bijvoorbeeld de dagvaarding voor die zitting niet hebt gekregen, gaat de termijn om hoger beroep tegen het vonnis in te stellen pas lopen nadat het vonnis is betekend betekend. Het is belangrijk dat je zelf de termijn om hoger beroep in te stellen goed in de gaten houdt, want als je te laat bent, wordt je later door het gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.


Hoger beroep instellen

U kunt het hoger beroep zelf ter griffie van de rechtbank instellen, maar u kunt dit ook door een advocaat laten doen. Het is dan wel belangrijk dat u de zaak tijdig bij ons aanmeldt. Indien u het zelf doet moet u (terug) naar de rechtbank waar de uitspraak is gedaan en daar moet u aan de balie (griffie van de rechtbank) het hoger beroep instellen. U kunt eventueel ook de griffier van de rechtbank machtigen om namens u het hoger beroep in te stellen, maar u moet er dan wel op toezien dat dit juist en tijdig gebeurt.


Verlofstelsel hoger beroep

Wanneer de door de rechter opgelegde straf een geldboete van niet meer € 500,00 is opgelegd, geldt het verlofstelsel voor hoger beroep. U bent dan verplicht om - binnen 14 dagen nadat u hoger beroep hebt ingesteld - een appelschriftuur (brief) naar de rechtbank te sturen waarin u de redenen vermeld waarom u het niet eens bent met het vonnis van de eerste rechter. U kunt bijvoorbeeld aangeven dat u het niet eens bent met de veroordeling omdat u onschuldig bent. Het is belangrijk dat u zorgvuldig en gemotiveerd uitlegt waarom de veroordeling niet juist is. Het formulier kun je hier downloaden https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Grievenformulier.pdf


Behandeling hoger beroep

De rechtbank zal uw strafzaak vervolgens doorsturen naar het gerechtshof. Gemiddeld duurt het ongeveer 9 – 15 maanden voordat uw strafzaak in hoger beroep wordt behandeld. U ontvangt hiervoor vanzelf een oproeping.
Omdat het hoger beroep bij het gerechtshof de laatste feitelijke instantie is om uw feitelijke verweren naar voren te brengen, is het belangrijk dat dit goed gebeurt. Wanneer u bepaalde verweren vergeet te voeren, kunnen deze niet meer in cassatie worden gevoerd.

De piketfase

De piketfase

Rechtsbijstand

In 2008 deed het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak in de zaak Salduz tegen Turkije. Uit dit arrest bleek dat iedere verdachte voorafgaand aan het eerste politieverhoor het recht heeft een advocaat of raadsman te spreken. De uitspraak in de zaak Salduz werd later bevestigd door uitspraken van het EHRM in soortgelijke zaken. Uit dit arrest volgde de aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor, die regels stelt rond de rechtsbijstand voorafgaand aan het eerste verhoor (consultatiebijstand). De toepassing van deze regelgeving wordt in de praktijk “Salduz” genoemd. 

Categorieën A, B en C

Op 1 maart 2017 zijn een tweetal wetten en een uitvoeringsbesluit in werking getreden, die de regelingen in de EU richtlijn rondom het verhoorbijstand in de Nederlandse wet vastleggen. Nederland kent een consultatiebijstand én een verhoorbijstand. In de regelgeving wordt onderscheiding gemaakt tussen strafbare feiten. •        Dit staat bekend als A-, B- en C-feiten.

 A-feiten zijn strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer kan worden toegepast;

  • B-feiten betreffen de overige strafbare feiten waarbij een voorlopige hechtenis mag worden toegepast (bijvoorbeeld diefstal);
  • C-feiten zijn strafbare feiten, waarbij een voorlopige hechtenis niet mag worden toegepast.

Recht op consultatiebijstand en verhoorbijstand

Kinderen tot 12 jaar kunnen niet worden vervolgd. Daarom hebben zij ook geen recht op consultatiebijstand. Wel dient er altijd een vertrouwenspersoon aanwezig te zijn bij het verhoor van de 12-minner.

 Per 1 maart 2016 heeft iedere verdachte (zowel meerderjarige als minderjarige verdachten) recht op bijstand van een advocaat tijdens het (politie)verhoor. Minderjarige verdachten hebben dit recht al sinds 2010. Het gaat om het geval wanneer de verdachte is aangehouden, of door de politie of een andere opsporingsinstantie wordt uitgenodigd om te worden verhoord. De opsporingsambtenaar moet de verdachte actief op dit recht wijzen.

 Vanaf 1 maart 2017 geldt dat aangehouden minderjarige verdachten geen afstand meer kunnen doen van hun recht op consultatiebijstand, ongeacht het strafbare feit of hun leeftijd. Voor de aangehouden minderjarige verdachte moet dus altijd een raadsman worden opgeroepen voor het verlenen van consultatiebijstand. Voor de groep aangehouden meerderjarige kwetsbare verdachten met een verstandelijke beperking, psychische stoornis en/of cognitieve functiestoornissen aangehouden verdachten van A-feiten, geldt dat zij alleen afstand kunnen doen van hun recht op consultatiebijstand na overleg met een raadsman. Voor deze aangehouden verdachten moet om die reden altijd een raadsman worden opgeroepen.

Als de minderjarige afstand doet van verhoorbijstand van een advocaat, blijft bijstand door een vertrouwenspersoon bij het verhoor mogelijk.

Van het feit dat het voorgaande aan de verdachte is meegedeeld, wordt in een proces-verbaal melding gemaakt. Daarin wordt ook vastgelegd of en hoe verdachte gebruik wenst te maken van zijn recht op verhoorbijstand.

De verdachte wordt erover geïnformeerd dat gebruikmaking van het recht op verhoorbijstand van een raadsman bij A- en B-zaken voor hem geen kosten met zich meebrengt; bij C-zaken zijn de kosten van verhoorbijstand daarentegen voor eigen rekening. Nog regelmatig wordt door de politie vertelt dat als een voorkeursadvocaat wordt ingeschakeld, de kosten voor eigen rekening zijn. Dit is niet juist. Als er recht op verhoorbijstand bestaat, dan worden ook de kosten van een voorkeursadvocaat vergoed.

 De hulpofficier van justitie aan wie de verdachte wordt voorgeleid, vergewist zich ervan of het voorgaande aan verdachte is medegedeeld. Als verdachte heeft aangegeven afstand van het recht op verhoorbijstand te doen, dan verifieert de hulpofficier of de verdachte inderdaad afstand doet. Van deze verificatie wordt melding gedaan in een proces-verbaal.  

De consultatiebijstand en verhoorbijstand

Tijdens de consultatiebijstand spreekt spreek ik met jou en zal ik je voorlichten over jouw rechten, wat je kan verwachten en hoe een verhoor in zijn werk gaat. Ik beschik op dat moment alleen nog maar over de piketmelding en bezit dus ook nog geen dossier. Ik kan daarom alleen een inschatting van de zaak maken op grond van hetgeen je mij vertelt en de informatie van politie. Alles wat wij bespreken is absoluut vertrouwelijk.  

De kosten van rechtsbijstand voor en tijdens het politieverhoor

In geval van aanhouding wegens verdenking van een categorie A- of B-zaak is consultatiebijstand en/of verhoorbijstand  kosteloos. Bij categorie C-zaken komen de kosten wel voor eigen rekening.

Ophouden voor onderzoek

Ophouden voor onderzoek

Het ophouden voor onderzoek gebeurt op bevel van de Hulpofficier van Justitie, nadat de verdachte na diens aanhouding is voorgeleid (61 Sv). Op 1 maart 2017 zijn een aantal wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering van kracht geworden.
Een van deze wijzigingen is dat regeling omtrent de aanhouding is de termijn voor het ophouden voor onderzoek verlengd van 6 uur naar 9 uur.
Dit geldt alleen voor zaken waarin inverzekeringstelling mogelijk is. Voor andere zaken blijft termijn 6 uur. Vanwege deze verlenging wordt ook de termijn waarbinnen de verdachte moet worden voorgeleid aan de rechter-commissaris verlengd naar 3 dagen en 18 uur. De verdachte mag nu in beginsel voor maximaal negen uur worden opgehouden, dus vastgehouden in een ophoudkamer of cel, terwijl de opsporingsambtenaren onderzoek verrichten. Het tijdstip waarop deze negen uurs termijn ingaat, ligt kort na de voorgeleiding. Het tijdstip van ophouden voor onderzoek wordt door de Hulpofficier van Justitie bepaald en opgenomen in het proces-verbaal van aanhouding. 

Vervoer tijdens termijn ophouden voor onderzoek

Een verdachte kan op bevel van de Officier van Justitie gesignaleerd worden voor aanhouding buiten heterdaad. Hierbij komt het regelmatig voor dat de verdachte wordt aangehouden op een plaats, die zich op een flinke afstand bevindt van de locatie waarvandaan het onderzoek wordt uitgevoerd.

De tijd die het transport vergt, telt dan niet mee in de termijn van het ophouden voor onderzoek. Wel moet hiervan een aantekening worden gemaakt in een proces-verbaal. 

Intoxicatie

Het kan zijn dat de aangehouden verdachte zodanig onder invloed is van alcohol of verdovende middelen, dat hij eerst moet ontnuchteren. Voorheen begon de negen uurs termijn pas te lopen, wanneer de verdachte was ontnuchterd. Dit is niet meer van toepassing, de negen uurs termijn begint te lopen wanneer de Hulpofficier van Justitie de opdracht voor het ophouden voor onderzoek geeft.

Vanaf 1 januari 2017 mag de politie geweldplegers testen op alcohol en drugs. Dit staat in de nieuwe Wet middelenonderzoek bij geweldplegers. Heeft de geweldpleger alcohol of drugs gebruikt? Dan kan het Openbaar Ministerie een zwaardere straf eisen.

 Die straf kan een hogere boete of langere taak- of celstraf zijn. Maar het Openbaar Ministerie kan ook een voorwaardelijke straf eisen. Voorbeelden van zo’n voorwaardelijke straf zijn:

 Een alcoholverbod.

Een locatieverbod.

Een locatiegebod.

Een training (gedragsinterventie).

 Door de nieuwe wet mag de politie alle verdachten van een geweldsmisdrijf testen op alcohol en drugs. Maar dat mag alleen als er aanwijzingen zijn dat het geweld onder invloed van alcohol of drugs is gepleegd.

 Uitvoering test op alcohol en drugs

 Heeft de politie een aanwijzing dat de verdachte onder invloed was van alcohol of drugs? Dan doet zij eerst een blaastest op alcohol of een speekseltest op drugs. De politie mag ook onderzoeken of de uiterlijke kenmerken van de verdachte wijzen op alcohol- of drugsgebruik.

 Wijst de test of het onderzoek op alcohol- of drugsgebruik? Dan stelt de politie een vervolgonderzoek in en neemt zij de uitslag op in het proces verbaal.

 Het vervolgonderzoek bestaat bij alcohol uit een ademanalyse of in sommige gevallen een bloedonderzoek. Bij drugs, ook in combinatie met alcohol, gaat het altijd om een bloedonderzoek.

 Onderzoeksbelang

Ophouden voor onderzoek vindt alleen plaats wanneer dit noodzakelijk is voor het onderzoek. Het afleggen van een verklaring is in de meeste gevallen het eerste onderzoeksbelang. Als een verdachte geen verklaring aflegt, kan dit ertoe leiden dat het onderzoeksbelang voortduurt, omdat de politie dan de zaak door andere middelen dan de verklaring van de verdachte moet onderzoeken. Ervaring leert dat de politie regelmatig aan de verdachte aangeeft dat hij ‘sneller naar huis kan’ als hij een verklaring afgeeft. Een verklaring kan er echter toe leiden dat de verdachte zichzelf belast en wellicht het onderzoek sneller is afgerond, maar deze verklaring tot een veroordelend vonnis leidt. Laat u dus niet verleiden door dit soort uitspraken en spreek eerst met uw advocaat. 

Verlenging zes uurs termijn

Op veel feiten is geen voorlopige hechtenis en dus ook geen inverzekeringstelling toegelaten. Het noodzakelijke onderzoek moet dan binnen de zes uren van ophouden voor onderzoek worden uitgevoerd. Wanneer de identiteit van de verdachte niet bekend is, of er zijn gegronde redenen om te twijfelen aan de identiteit van de verdachte, kan de termijn van ophouden voor onderzoek met nogmaals zes uren worden verlengd.

De (Hulp)Officier van Justitie maakt dan een bevel tot verlenging van ophouden voor onderzoek op. Dit bevel tot verlenging van ophouden voor onderzoek wordt aan de verdachte uitgereikt. Wanneer de verdachte geen of onvoldoende Nederlands spreekt, wordt de inhoud van het bevel tot verlenging van ophouden voor onderzoek hem mondeling uitgelegd. 

Nachtelijke uren

De uren tussen twaalf uur ’s nachts en negen uur ’s ochtends tellen niet mee voor de termijn. Deze uren zijn voor de nachtrust bestemd. Van een verhoor tijdens de nachtelijk uren kan normaalgesproken niet worden gesteld dat dit een in alle vrijheid afgelegde verklaring is geweest, zoals bepaald in artikel 29 Sv

Mededelingen over de strafzaak

Vaak beslist de Officier van Justitie de verdachte direct te dagvaarden, of hem een strafbeschikking uit te reiken. In deze gevallen is het onderzoek meestal zo ver gevorderd, dat het ophouden voor onderzoek niet meer noodzakelijk is. De verdachte mag dan nog wel worden vastgehouden, totdat de beschikking of dagvaarding is opgemaakt en zo direct aan hem uitgereikt kan worden.

Wanneer het ophouden voor onderzoek alleen nog maar noodzakelijk is voor het uitreiken van mededelingen over strafzaak, blijft de termijn binnen de nachtelijke uren conform artikel 61 Sv, lid 9 gewoon doorlopen. Zo kan een verdachte die is gehoord voor twaalf uur ’s avonds, niet een hele nacht worden vastgehouden om enkel een dagvaarding uit te reiken. De termijn van ophouden voor onderzoek blijft immers gewoon doorlopen. 

In kennis stellen van insluiting

Op grond van artikel 27 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (Ai) stelt de opsporingsambtenaar een familielid of huisgenoot van de verdachte op de hoogte van diens insluiting en ophouden voor onderzoek. Bij minderjarigen doet de ambtenaar dit uit eigen beweging, bij een meerderjarige op diens verzoek. Bij buitenlandse verdachten wordt kan in plaats van de familie of huisgenoot de betreffende ambassade op de hoogte worden gebracht van het ophouden voor onderzoek. In geval van een minderjarige wordt tevens de Raad voor de Kinderbescherming in kennis gesteld van de insluiting.

Inverzekeringstelling

Inverzekeringstelling

Wanneer de termijn van ophouden voor onderzoek te kort blijkt te zijn om het onderzoek af te ronden, wordt de verdachte normaalgesproken voor maximaal drie dagen in verzekering gesteld. Dit is echter alleen mogelijk wanneer voorlopige hechtenis is toegestaan. Inverzekeringstelling is daarom alleen mogelijk bij misdrijven waarop vier jaar of meer gevangenisstraf staat of in geval van verdenking van in artikel 67 Sv aangewezen misdrijven. In geval van inverzekeringstelling moet binnen 3 dagen en 18 uur voorgeleiding voor een rechter-commissaris plaatsvinden (art. 59a Sv).

De inverzekeringstelling duurt maximaal 3 dagen en kan één keer met maximaal 3 dagen worden verlengd, in geval van dringende noodzaak.

Verdachten worden in principe in een politiecel in verzekering gesteld. Voor minderjarigen geldt dat zij op elke geschikte plaats in verzekering kunnen worden gesteld (bijv. thuis). 

Invrijheidstelling

Wanneer er geen sprake meer is van onderzoeksbelang, wordt de verdachte in vrijheid gesteld. Een minderjarige moet altijd worden overgedragen aan een ouder.  Wanneer het belang van ophouden voor onderzoek alleen nog bestaat uit een mededeling over de strafzaak, zoals een strafbeschikking of dagvaarding, moet worden uitgereikt, wordt dit zo spoedig mogelijk gedaan.

Voorlopige hechtenis

Voorlopige hechtenis (art. 63 e.v. Sv)

Bewaring

Wanneer nog wél sprake is van onderzoeksbelang, wordt de verdachte niet in vrijheid gesteld. De officier van justitie zal in dat geval bij de rechter-commissaris een vordering tot bewaren instellen. Bewaring duurt maximaal 14 dagen en kan niet worden verlengd. Met de bewaring vangt de voorlopige hechtenis aan, zodat aan de voorwaarden voor voorlopige hechtenis moet zijn voldaan. Ook voor de voorlopige hechtenis geldt dat zij op elke geschikte plaats ten uitvoer kan worden gelegd. 

Gevangenhouding

Wil de officier je nog langer vasthouden, dan vordert hij een bevel gevangenneming. Zo’n bevel geldt voor maximaal 90 dagen. Een bevel tot gevangenhouding kan maximaal twee keer worden verlengd, met dien verstande dat het totaal van de gevangenhouding niet meer dan 90 dagen mag duren (bijv. 3x 30 dagen). Is de minderjarige niet gehoord, dan duurt de gevangenhouding niet meer dan 30 dagen. 

Elke daartoe geschikte plaats of nachtdetentie (art. 493 lid 3 Sv)

Evenals bij inverzekeringstelling kan voorlopige hechtenis t.a.v. minderjarigen op elke daartoe geschikte plaats worden tenuitvoergelegd. Daarnaast kan dit ook in de vorm van nachtdetentie. Nachtdetentie is een vorm van voorlopige hechtenis. De jongeren gaan overdag naar school en zitten buiten schooltijd en 's nachts in een justitiële jeugdinrichting. Op die manier kunnen ze hun opleiding blijven volgen of hun werk blijven doen. 

Schorsing voorlopige hechtenis

De officier van justitie is ten aanzien van minderjarigen verplicht te onderzoeken of de voorlopige hechtenis onder voorwaarde kan worden geschorst. In dat geval wordt de voorlopige hechtenis niet ten uitvoer gelegd en houdt een gecertificeerde instelling )Raad voor de Kinderbescherming' of de reclassering (in geval van 16-plussers) toezicht op de naleving van de voorwaarden. Worden de voorwaarden geschonden, dan wordt de voorlopige hechtenis alsnog ten uitvoer gelegd (in een justitiële jeugdinrichting). De minderjarige moet met de bijzondere voorwaarden instemmen. Zonder instemming kunnen deze niet worden opgelegd. Dit heeft te maken met de onschuldpresumptie (het uitgangspunt dat iedere verdachte onschuldig is totdat hij of zij schuldig is verklaard door de (hoogste) rechter.

 

De vervolging

Vervolging

Na verloop van het onderzoek heeft de officier van justitie een aantal mogelijkheden:

  • een (voorwaardelijk) sepot;
  • het uitvaardigen van een strafbeschikking;
  • dagvaarden voor de rechter.

 

(Voorwaardelijk) sepot

Als de officier van justitie de zaak seponeert, betekent dat dat je niet verder wordt vervolgd. Het strafrechtelijk traject wordt dan afgesloten en er komt geen vermelding in de justitiële documentatie (strafblad). Wel worden de gegevens door de officier van justitie en de politie bewaard. Deze gegevens kunnen er weer worden bijgehaald als je opnieuw wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit.

De officier kan ook seponeren onder voorwaarden. Dit houdt in dat hij de vervolging beëindigt, onder bepaalde voorwaarden, waaronder in ieder geval de voorwaarde dat de minderjarige gedurende een bepaalde periode geen strafbaar feit pleegt. Worden de voorwaarden geschonden, dan kan de officier alsnog overgaan tot vervolging (strafbeschikking of dagvaarding). 

Strafbeschikking door de officier van justitie (art. 257a Sv)

De officier kan ook besluiten dat je een straf verdient, maar dat het niet nodig is jou voor de rechter te dagvaarden. De officier kan in dat geval zelf een straf opleggen, door middel van een zogenoemde strafbeschikking. Dit kan zijn:

een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uren;

  1. een geldboete;
  2. onttrekking aan het verkeer
  3. de verplichting tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer;
  4. ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste zes maanden.

Tegen een strafbeschikking kan een verdachte zich verzetten (art. 257e en 257f Sv). 

Strafzaak voor de rechter

Ten slotte kan de officier besluiten om je te dagvaarden voor de rechter. In dat geval krijgt je een dagvaarding thuisgestuurd, waarin je wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen.

Dagvaarding

De dagvaarding dient zo spoedig mogelijk te worden betekend  (binnen een redelijke termijn; art. 6 EVRM). In jeugdstrafzaken bedraagt die redelijke termijn maximaal 16 maanden.

Tegen een dagvaarding kan een bezwaarschrift worden ingediend (art. 262 Sv).

De uitspraak

Uitspraak

Na behandeling van de zaak doet de rechter uitspraak. Bij de politierechter is dat direct en bij de meervoudige kamer na twee weken.Dit houdt in dat hij/zij het door de officier van justitie ten laste gelegde feit bewezen of niet bewezen verklaart. Is het feit volgens de rechter niet bewezen, dan volgt vrijspraak (de verdachte is onschuldig). Acht de rechter het strafbare feit bewezen, dan heeft hij twee opties: veroordeling of ontslag van alle rechtsvervolging. Veroordeling houdt in dat de rechter aan de inmiddels schuldig verklaarde verdachte (de dader) een straf oplegt. Ontslag van alle rechtsvervolging houdt in dat de verdachte weliswaar schuldig is aan het tenlastegelegde feit, maar dat dit feit niet strafbaar is, ofwel dat de dader niet strafbaar is. Dit laatste is mogelijk door een succesvol beroep op een strafuitsluitingsgrond (schulduitsluitingsgrond of rechtvaardigingsgrond). 

Voorwaardelijke veroordeling

Naast een veroordeling voor een straf kan de rechter ook voorwaardelijke veroordelen. Dit houdt in dat de rechter een straf of maatregel vaststelt, maar bepaalt dat deze niet ten uitvoer wordt gelegd als de veroordeelde zich houdt aan de vastgestelde algemene en bijzondere voorwaarden. Na een voorwaardelijke veroordeling komt de veroordeelde onder toezicht te staan van de jeugdreclassering. 

 

Straffen en maatregelen

Hoofdstraffen

Het strafrecht kent als hoofdstraffen gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en een geldboete. Het jeugdstrafrecht kent een drietal hoofdstraffen: jeugddetentie, taakstraf en geldboete. Jeugddetentie kan alleen worden opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf. Jongeren die veroordeeld zijn tot jeugddetentie komen in een justitële jeugdinrichting. Jeugddetentie duurt maximaal 2 jaar voor jongeren van 16 jaar en ouder. Voor jongeren tussen de 12 en de 15 jaar is dat maximaal 1 jaar. Een taakstraf of geldboete kan worden opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf of overtreding (art. 77h Sr). 

Jeugddetentie

Jongeren die veroordeeld zijn tot jeugddetentie komen in een justitële jeugdinrichting. Jeugddetentie duurt maximaal 2 jaar voor jongeren van 16 jaar en ouder. Voor jongeren tussen de 12 en de 15 jaar is dat maximaal 1 jaar. 

Taakstraf

Halt

Wanneer aan de vereisten wordt voldaan kan een jongere worden verwezen naar Halt. https://www.halt.nl/media/1062/140825-voorwaarden-halt.pdf  Tijdens de Halt-straf confronteert Halt de jongere met zijn gedrag en de gevolgen daarvan. Halt probeert jongeren te laten inzien dat zij zelf invloed kunnen uitoefenen op hun gedrag. Dit is niet het enige onderdeel van de Halt-straf, want jongeren moeten ook hun excuses aanbieden aan hun slachtoffers, eventueel de schade vergoeden en in sommige gevallen volgt ook een werkstraf. Als jongeren de Halt-straf weigeren of niet goed afronden, dan gaat de zaak naar  de officier van justitie. Dit leidt meestal wel tot een strafblad. 

Taakstraf

De rechter kan voor een strafbaar feit maximaal 240 uur taakstraf opleggen. Een taakstraf wordt regelmatig opgelegd in combinatie met een andere straf. De rechter kan een taakstraf bijvoorbeeld opleggen samen met een (korte) gevangenisstraf, toezicht van reclassering of boete. In combinatie met een taakstraf is de maximum gevangenisstraf 6 maanden. Voor sommige zaken, zoals zedenzaken, geldt een zogenaamd taakstrafverbod. De rechter mag deze zaken wettelijk gezien niet alleen afdoen met een taakstraf. De uitvoering van de taakstraf wordt begeleidt door de reclassering. Het niet uitvoeren van de taakstraf leidt ertoe dat deze straf wordt omgezet in gevangenisstraf.

Een voor jongeren bestaat uit een werkstraf (onbetaalde arbeid), leerstraf (een leerproject) of een combinatie hiervan. De Raad voor de Kinderbescherming begeleidt jongeren met een taakstraf. 

Geldboete

Als straf kan ook een geldboete worden opgelegd. De hoogte wordt door de rechter bepaald, waarbij de rechter aan maximumbedragen is gebonden. 

Bijkomende straffen

Verbeurdverklaring

Goederen van de veroordeelde die te maken hebben gehad met het strafbare feit, worden door de politie in beslag genomen. Door verbeurdverklaring kan de rechter bepalen dat de veroordeelde deze goederen na de veroordeling ook niet meer terugkrijgt. 

Ontzegging van de rijbevoegdheid

De rechter kan daarnaast ook bepalen dat de veroordeelde gedurende een bepaalde tijd geen motorrijtuig mag besturen.

TBS / PIJ-maatregel

TBS betekent terbeschikkingstelling. Tbs is een behandelmaatregel die de rechter oplegt aan mensen die zware delicten hebben gepleegd en lijden aan een psychiatrische ziekte of stoornis. Deze stoornis beïnvloedt in meerdere of mindere mate hun gedrag. Zij zijn (deels) ontoerekeningsvatbaar. Voor het deel van het delict dat de daders wel kan worden aangerekend, kan de rechter hen gevangenisstraf opleggen; het zogenaamde combinatievonnis (bijvoorbeeld acht jaar gevangenisstraf + tbs). Om de stoornis te behandelen en herhaling (recidive) te voorkomen wordt mede tbs opgelegd.

PIJ is Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen en wordt vaak wel Jeugd TBS genoemd. Sommige jongeren hebben intensieve behandeling en begeleiding nodig om herhaling van het misdrijf te voorkomen. Bijvoorbeeld omdat zij een gedragsstoornis hebben. Met een zogeheten PIJ-maatregel kan een jongere in een justitiële jeugdinrichting worden geplaatst.

Een PIJ-maatregel wordt in beginsel opgelegd voor de duur van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De PIJ-maatregel kan worden verlengd tot maximaal 7 jaar. Het laatste jaar van de PIJ-maatregel mag de jongere onder voorwaarden naar buiten (voorwaardelijke beëindiging). Ze krijgen dan begeleiding van de (jeugd)reclassering. 

Gedragsbeïnvloedende maatregel

Is opsluiting een te zware straf, maar een voorwaardelijke straf te licht? Dan kan de jongere een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) krijgen. Een GBM bestaat uit een of meer trainingen of behandelingen. De jongere moet dan bijvoorbeeld een agressietraining volgen. Of een training om te leren van drugs of alcohol af te blijven. De jeugdreclassering houdt toezicht op het verloop van de GBM.