Beslag op en verrekening met kinderalimentatie, mag dat?

Beslag op en verrekening met kinderalimentatie, mag dat?

Lang verhaal kort: ja, dit kan wanneer de beslagvrije voet wordt gerespecteerd en het belang van het kind niet in het gedrang komt. Uiteraard moet ook aan de voorwaarden voor beslag of verrekening worden voldaan.

Verder geldt dat verrekening geen misbruik van recht mag opleveren en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar mag zijn. Het gaat om kinderalimentatie, dat bestemd is voor de verzorging en opvoeding van het kind en door de verrekening mag het belang van het kind niet in het gedrang komen. Daarom zal in het algemeen terughoudend moeten worden omgegaan met verrekening met of executoriaal eigenbeslag op kinderalimentatie. Verrekening of executoriaal eigen beslag is niet toegestaan wanneer daardoor het belang van het kind wordt aangetast. Bij de beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen, zoals de aard van de vordering waarmee verrekend wordt.

Conclusie:

Het voorgaande komt erop neer dat het juridisch mogelijk is om executoriaal eigenbeslag op kinderalimentatie te leggen, voor zover daarbij de beslagvrije voet wordt gerespecteerd. Wel kan executoriaal eigenbeslag op kinderalimentatie onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of misbruik van recht opleveren.

Kort verhaal lang:

Deze conclusie komt voort uit de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2021[1], waarin verwezen wordt naar het arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2020 en met name de conclusie van de A-G De Bock.[2]

A-G De Bock stelt zich – heel kort gezegd – op het standpunt dat (eigen)beslag op en verrekening van (een vordering met) kinderalimentatie is toegestaan, mits het bedrag de beslagvrije voet niet overtreft en daardoor het belang van het kind niet wordt aangetast. Executoriaal eigenbeslag op en verrekening van kinderalimentatie kan onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of misbruik van recht opleveren, zodat hiermee terughoudend zal moeten worden omgegaan. Zij verwijst hierbij naar de omstandigheid dat geen wettelijk beslagverbod bestaat voor alimentatievorderingen; art. 6:135 aanhef en onder a BW. Dit artikel bepaalt dat een schuldenaar niet bevoegd is tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de wederpartij niet geldig zou zijn. In art. 475c onder i RV is (kort gezegd) een beslagvrije voet verbonden aan vorderingen tot periodieke betaling van uitkeringen tot levensonderhoud verschuldigd op grond van boek 1 BW.

Uit deze redenering van A-G De Bock volgt dat verrekening van een vordering met kinderalimentatie, als aan de beschreven voorwaarden is voldaan, mogelijk is.

In de uitspraak van 26 maart 2021 was de vrouw in cassatie gekomen, omdat het Hof had bepaald dat de man de vordering welke hij verkreeg op de vrouw (omdat de door hem verschuldigde kinderalimentatie met terugwerkende kracht was verlaagd) maandelijks met € 25 mocht verrekenen met de toekomstige verschuldigde alimentatietermijnen.

Volgens de vrouw had het Hof niet uit eigen beweging een afbetalingsregeling mogen opleggen.

A-G Lückers concludeert tot afwijzing van het cassatieberoep van de vrouw. Voor wat betreft de mogelijkheid van terugbetaling in termijnen is in art. 1:402 lid 3 BW bepaald dat de rechter betaling in termijnen kan toestaan als op de dag waarop de uitspraak tenuitvoer kan worden gelegd, reeds meer dan één termijn verschenen is of terugbetaald moet worden. De Hoge Raad heeft reeds in 1987 bepaald dat de rechter een betaling in termijnen van het teveel ontvangen bedrag kan toestaan, ook als de alimentatiegerechtigde niet uitdrukkelijk om een dergelijke regeling heeft verzocht.

Verrekening met toekomstige termijnen is een manier van terugbetalen. Er moet dus wel een terugbetalingsverplichting worden opgenomen. In het algemeen dienen rechtbanken en hoven zeer terughoudend te zijn met het verlagen van alimentatiebedragen naar een datum voor de afgifte van de uitspraak. Wanneer een verlaging met terugwerkende kracht wordt vastgesteld, wordt vaak in de beschikking opgenomen dat er geen terugbetalingsverplichting ontstaat.

Maar het kan toch lonen in een procedure wel om terugbetaling te verzoeken, zeker wanneer de ontvanger al rekening moet houden met een verlaging of nihilstelling van de alimentatie. U kunt dan ook een verzoek tot Itot verrekening met toekomstige termijnen doen.

Mocht er geen verrekening zijn opgenomen in de beschikking van de rechtbank of het hof mag er dan toch verrekend worden?

Op grond van art. 6:127 lid 2 BW heeft een schuldenaar de bevoegdheid tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.

Dit betekent dat de bij de verrekening betrokken partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar moeten zijn (wederkerigheidsvereiste).

Tussen eigenbeslag en verrekening bestaat in zoverre een relatie, dat de bevoegdheid tot verrekening gekoppeld is aan de mogelijkheid van het leggen van beslag. In art. 6:135, aanhef en onder a, BW is bepaald dat een schuldenaar niet bevoegd is tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de wederpartij niet geldig zou zijn. Bovendien geldt zowel voor eigenbeslag als voor verrekening het wederkerigheidsvereiste. Omdat er geen juridisch beletsel is tegen beslag op kinderalimentatie, is er ook geen beletsel voor verrekening. Hoewel kinderalimentatie is bedoeld voor levensonderhoud van het kind, wordt als rechthebbende op de kinderalimentatie moet, volgens de rechtspraak van de Hoge Raad worden aangemerkt degene die in het tijdperk waarover de uitkering verschuldigd was, het onderhoud van het kind heeft bekostigd.

Beslag op kinderbijslag en kindgebonden budget

Beslag op kinderbijslag is verboden. Daarop geldt één uitzondering. Beslag is mogelijk voor zover dit dient tot verhaal van een uitkering tot levensonderhoud van het kind, of tot terugvordering van onverschuldigd betaalde kinderbijslag.

Op het kindgebonden budget is in zeer beperkte mate beslag mogelijk: alleen de Belastingdienst/Toeslagen kan erop beslag leggen in verband met terugvordering van een eerder toegekend kindgebonden budget (artikel 45 lid 1 Awir).

Meer weten over de mogelijkheid tot beslag of verrekening? Wilt u verweer voeren tegen een beslag op kinderalimentatie? Neem contact op!

[1] Hoge Raad, 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:450 (conclusie A-G gevolgd PHR:2021:90).

[2] Hoge Raad, 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1445 (conclusie A-G gevolgd PHR:2020:55.

Scroll to top