Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, wordt vaak stilgestaan bij de vooruitgang die wereldwijd is geboekt op het gebied van vrouwenrechten. Tegelijkertijd is het ook een moment om terug te kijken en de vraag te stellen waar we vandaag staan.
In 1993 nam de VN-Algemene Vergadering de Declaration on the Elimination of Violence against Women aan. Wie deze verklaring vandaag leest, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat de tekst nog steeds opvallend actueel is.
In de preambule wordt vastgesteld dat geweld tegen vrouwen een obstakel vormt voor gelijkheid, ontwikkeling en vrede, en dat dit geweld samenhangt met historisch gegroeide machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. De verklaring spreekt bovendien expliciet de zorg uit dat staten er lange tijd niet in zijn geslaagd vrouwen effectief te beschermen tegen geweld en discriminatie.
Ook wordt erkend dat bepaalde groepen vrouwen bijzonder kwetsbaar zijn voor geweld, waaronder vrouwen die behoren tot minderheden, migranten, vrouwen met een beperking en vrouwen in conflictsituaties.
De verklaring eindigt met de constatering dat er behoefte bestaat aan een duidelijke definitie van geweld tegen vrouwen en aan een expliciete erkenning van de verantwoordelijkheden van staten om dit geweld te bestrijden.
Wat is geweld tegen vrouwen?
De verklaring bevat een brede definitie van geweld tegen vrouwen.
Article 1
For the purposes of this Declaration, the term “violence against women” means any act of gender-based violence that results in, or is likely to result in, physical, sexual or psychological harm or suffering to women, including threats of such acts, coercion or arbitrary deprivation of liberty, whether occurring in public or in private life.
Artikel 2 maakt vervolgens duidelijk waar dit geweld zich kan voordoen. Het omvat onder meer:
-
fysiek, seksueel en psychisch geweld binnen het gezin
-
geweld in de samenleving, zoals verkrachting en seksuele intimidatie
-
geweld dat wordt gepleegd of gedoogd door de staat.
Opvallend is hoe breed deze definitie al in 1993 was. Veel vormen van geweld die tegenwoordig worden besproken onder begrippen als psychisch geweld, stalking of coercive control vallen binnen deze omschrijving.
Internationale ontwikkeling
De verklaring uit 1993 kwam niet uit het niets. Zij bouwde voort op eerdere internationale ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten en vrouwenrechten.
Belangrijke mijlpalen zijn onder meer:
-
1948 – Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
-
1979 – Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW)
-
1985 – Nairobi Forward-looking Strategies for the Advancement of Women
Sinds 1993 zijn deze internationale normen verder ontwikkeld.
Een belangrijke stap werd gezet met het Verdrag van Istanbul (2011) – de Council of Europe Convention on Preventing and Combating Violence against Women and Domestic Violence. Dit verdrag is het eerste juridisch bindende instrument dat geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld integraal regelt.
Het verdrag verplicht staten onder meer tot:
-
preventie van geweld
-
bescherming van slachtoffers
-
vervolging van daders
-
en een geïntegreerde aanpak.
De naleving van dit verdrag wordt gecontroleerd door GREVIO (Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence).
Implementatie van het Istanbulverdrag in Nederland
Nederland heeft het Istanbulverdrag in 2015 geratificeerd. Internationale evaluaties laten echter zien dat de implementatie van het verdrag nog verschillende aandachtspunten kent.
In haar evaluatie van Nederland stelde GREVIO bijvoorbeeld vast dat het Nederlandse beleid rond huiselijk geweld vaak genderneutraal wordt geformuleerd:
“GREVIO notes that the Dutch policy framework addressing domestic violence tends to be gender-neutral and does not sufficiently recognise the gendered nature of violence against women.”
(GREVIO Baseline Evaluation Report Netherlands 2020)
Ook op het punt van scholing van professionals werd kritiek geuit:
“Training on violence against women and domestic violence is not systematically provided to all relevant professionals.”
(GREVIO 2020)
Daarnaast wees GREVIO op tekortkomingen bij risicotaxatie:
“Risk assessment and risk management procedures are not yet systematically applied in all cases of violence against women.”
(GREVIO 2020)
Vergelijkbare zorgen zijn geuit door het CEDAW-comité, dat toezicht houdt op het VN-vrouwenverdrag:
“The Committee remains concerned about the persistence of gender-based violence against women and the insufficient protection available to victims.”
(CEDAW Concluding Observations Netherlands 2023)
Deze rapportages laten zien dat internationale normen weliswaar bestaan, maar dat de praktische uitvoering daarvan blijvende aandacht vraagt.
De rol van internationale rechtspraak
Naast verdragen en toezichtmechanismen heeft ook de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijke rol gespeeld bij het concretiseren van de verplichtingen van staten.
In Osman v. United Kingdom (1998) formuleerde het Hof het uitgangspunt dat staten verplicht zijn maatregelen te nemen wanneer autoriteiten weten of hadden moeten weten dat er een reëel en onmiddellijk risico bestaat voor het leven of de veiligheid van een individu.
Dit zogenoemde Osman-criterium heeft grote betekenis gekregen in zaken over huiselijk geweld.
In latere jurisprudentie, waaronder Kurt v. Austria (Grand Chamber, 2021), benadrukte het Hof dat autoriteiten verplicht zijn om bij signalen van huiselijk geweld een zorgvuldige risicobeoordeling te maken.
Daarbij moeten onder meer worden beoordeeld:
-
de ernst van het geweld
-
de kans op herhaling
-
en het risico op escalatie.
Waar staan we vandaag?
Drieëndertig jaar na de VN-verklaring van 1993 is het internationale juridische kader rond geweld tegen vrouwen aanzienlijk ontwikkeld. Internationale verdragen, nationale wetgeving en jurisprudentie hebben duidelijk gemaakt dat staten niet alleen geweld moeten bestraffen, maar ook verplicht zijn om slachtoffers actief te beschermen en risico’s op geweld serieus te nemen.
Tegelijkertijd laten internationale evaluaties zien dat de praktijk nog vaak achterblijft bij deze normen. Toezichthoudende organen zoals GREVIO en het CEDAW-comité wijzen erop dat geweld tegen vrouwen nog steeds wijdverbreid is en dat bescherming van slachtoffers niet altijd effectief is.
Daarnaast hebben maatschappelijke en technologische ontwikkelingen nieuwe vormen van geweld zichtbaar gemaakt. In 1993 bestond het internet nauwelijks. Vandaag spelen veel vormen van geweld tegen vrouwen zich ook af in de digitale ruimte. Online intimidatie, cyberstalking en het verspreiden van intieme beelden zonder toestemming worden steeds vaker erkend als vormen van gendergerelateerd geweld.
Het Europees Parlement heeft daarom in 2021 opgeroepen om gendergerelateerd cybergeweld expliciet strafbaar te stellen en beter te bestrijden. Deze oproep heeft uiteindelijk bijgedragen aan nieuwe Europese regelgeving gericht op het tegengaan van geweld tegen vrouwen, waarin ook online vormen van geweld worden aangepakt.
De ontwikkelingen van de afgelopen drie decennia laten zien dat het juridische kader aanzienlijk is versterkt. Tegelijkertijd maken internationale rapportages duidelijk dat wetgeving alleen niet voldoende is. De effectiviteit van deze normen hangt uiteindelijk af van de manier waarop zij worden toegepast door politie, hulpverlening en rechters – en van de mate waarin zij ook maatschappelijk worden gedragen.
Tot slot
Het recht kan normen stellen. Internationale verklaringen, verdragen en rechterlijke uitspraken kunnen vastleggen wat staten moeten doen om geweld tegen vrouwen te voorkomen en slachtoffers te beschermen. Maar uiteindelijk worden deze normen pas werkelijk effectief wanneer zij ook maatschappelijk breed worden gedragen.
Dat uitgangspunt komt helder naar voren in artikel 3 van de Declaration on the Elimination of Violence against Women (1993):
Article 3
Women are entitled to the equal enjoyment and protection of all human rights and fundamental freedoms in the political, economic, social, cultural, civil or any other field. These rights include, inter alia:a. The right to life;
b. The right to equality;
c. The right to liberty and security of person;
d. The right to equal protection under the law;
e. The right to be free from all forms of discrimination;
f. The right to the highest standard attainable of physical and mental health;
g. The right to just and favourable conditions of work;
h. The right not to be subjected to torture, or other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment.
De geschiedenis laat zien dat maatschappelijke normen kunnen veranderen. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, was dat ooit niet. Zo werd verkrachting binnen het huwelijk in Nederland pas in 1991 strafbaar gesteld.
Dat gegeven plaatst de internationale ontwikkelingen van begin jaren negentig in perspectief. Slechts twee jaar later, in 1993, stelde de VN-verklaring over geweld tegen vrouwen vast dat geweld tegen vrouwen een schending is van fundamentele rechten en vrijheden.
Hopelijk kijken we over enkele decennia terug op de huidige staat van vrouwenrechten en geweld tegen vrouwen met dezelfde verbazing als waarmee we vandaag kijken naar praktijken die ooit als vanzelfsprekend werden gezien.
