Bel ons nu!

Voorlopige hechtenis (art. 63 e.v. Sv)

Bewaring

Wanneer nog wél sprake is van onderzoeksbelang, wordt de verdachte niet in vrijheid gesteld. De officier van justitie zal in dat geval bij de rechter-commissaris een vordering tot bewaren instellen. Bewaring duurt maximaal 14 dagen en kan niet worden verlengd. Met de bewaring vangt de voorlopige hechtenis aan, zodat aan de voorwaarden voor voorlopige hechtenis moet zijn voldaan. Ook voor de voorlopige hechtenis geldt dat zij op elke geschikte plaats ten uitvoer kan worden gelegd. 

Gevangenhouding

Wil de officier je nog langer vasthouden, dan vordert hij een bevel gevangenneming. Zo’n bevel geldt voor maximaal 90 dagen. Een bevel tot gevangenhouding kan maximaal twee keer worden verlengd, met dien verstande dat het totaal van de gevangenhouding niet meer dan 90 dagen mag duren (bijv. 3x 30 dagen). Is de minderjarige niet gehoord, dan duurt de gevangenhouding niet meer dan 30 dagen. 

Elke daartoe geschikte plaats of nachtdetentie (art. 493 lid 3 Sv)

Evenals bij inverzekeringstelling kan voorlopige hechtenis t.a.v. minderjarigen op elke daartoe geschikte plaats worden tenuitvoergelegd. Daarnaast kan dit ook in de vorm van nachtdetentie. Nachtdetentie is een vorm van voorlopige hechtenis. De jongeren gaan overdag naar school en zitten buiten schooltijd en 's nachts in een justitiële jeugdinrichting. Op die manier kunnen ze hun opleiding blijven volgen of hun werk blijven doen. 

Schorsing voorlopige hechtenis

De officier van justitie is ten aanzien van minderjarigen verplicht te onderzoeken of de voorlopige hechtenis onder voorwaarde kan worden geschorst. In dat geval wordt de voorlopige hechtenis niet ten uitvoer gelegd en houdt een gecertificeerde instelling )Raad voor de Kinderbescherming' of de reclassering (in geval van 16-plussers) toezicht op de naleving van de voorwaarden. Worden de voorwaarden geschonden, dan wordt de voorlopige hechtenis alsnog ten uitvoer gelegd (in een justitiële jeugdinrichting). De minderjarige moet met de bijzondere voorwaarden instemmen. Zonder instemming kunnen deze niet worden opgelegd. Dit heeft te maken met de onschuldpresumptie (het uitgangspunt dat iedere verdachte onschuldig is totdat hij of zij schuldig is verklaard door de (hoogste) rechter.