Bel ons nu!

Wetsvoorstel clausuleren contact en omgang na partnerdoding

Vorige week is vergaderd over het Wetsvoorstel 34 518, waarin een wijziging in boek 1 wordt opgenomen in verband met het clausuleren van het recht op contact en omgang na partnerdoding.

Per jaar vinden er zo’n 14 partnerdodingen plaats, waarbij ongeveer 26 kinderen een ouder verliezen.[1] Ook indien de ene ouder de andere ouder heeft gedood, heeft deze ouder recht op contact of omgang met zijn kind.

Het wetsvoorstel stelt voor dat in het geval van (vermoedelijke) partnerdoding de kinderrechter altijd oordeelt of contact of omgang in het belang van het kind is op basis van een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad zal, zodra hij van de verdenking of veroordeling in kennis is gesteld, een onderzoek instellen naar de wenselijkheid van een contact- of omgangsregeling van het kind met de ouder die wordt verdacht van of is veroordeeld voor het doden van de andere ouder. Op basis van dit onderzoek zal de raad een verzoek indienen tot vaststelling van een contact- of omgangsregeling of om het contact of de omgang te ontzeggen. Voorts stelt het wetsvoorstel voor dat als een verzoek van de ouder om contact of omgang door de kinderrechter wordt afgewezen, de ouder voor een periode van tenminste twee jaar niet ontvankelijk is in een nieuw verzoek om contact of omgang.

Het omgangsrecht vindt zijn grondslag in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven (artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit artikel garandeert het respect voor het familie- en gezinsleven (family life). In nationale jurisprudentie en die van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is een ruime interpretatie gegeven aan dit begrip; er wordt al snel aangenomen dat family life bestaat tussen een (natuurlijke) ouder en kind. Slechts in bijzondere gevallen en onder strikte voorwaarden mag het family life worden verbroken. Er moet derhalve op voorhand van worden uitgegaan dat ook in het geval van partnerdoding dit family life niet verbreekt.

Het wetsvoorstel betreft een aanvulling op het Handelingsprotocol.[2] Door de wetswijziging wordt gewaarborgd dat de kinderrechter zich uitspreekt over elke zaak. Vanaf het twaalfde jaar zal het kind ook zelf door de rechter worden gehoord.

 

 

[1] Kamerstukken III, 34 518, p. 1 (MvT).

[2] Handelingsprotocol gezag, contact of omgang en hulp na partnerdoding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, 15 november 2013, bijlage Kamerstukken II, 2013/14, 33 552, nr. 9.

 
   « blogoverzicht