Bel ons nu!

Familierecht

Het personen- en familierecht bestaat uit een groot aantal onderdelen. Hieronder is een beknopt overzicht opgenomen van de kwesties waarmee u terecht kunt. De informatie over deze kwesties is niet uitputtend. Het is daarom belangrijk dat u in uw specifieke casus advies inwint over de wettelijke mogelijkheden en uitspraken van de familierechter in soortgelijke zaken.

Voor informatie kunt u contact met mij opnemen.

Veelgestelde vragen

Naamsrecht

Ieder heeft de voornamen die hem/haar op de geboorteakte zijn gegeven. Wijziging van de voornamen kan op verzoek van de betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger door de rechtbank worden gelast. Hiervoor is een procedure nodig. 

De geslachtsnaam (achternaam) is afhankelijk van de situatie. Een kind die familierechtelijk alleen in relatie staat tot de moeder draagt haar achternaam. Dit kan in situatie van bv. erkenning of huwelijk nog worden gewijzigd. Ook bij adoptie is er een keuzemoment  voor de geslachtsnaam. In dergelijke situaties is het belangrijk advies in te winnen en dit zo nodig in de procedure eveneens vast te stellen.

Wijziging van de geslachtsnaam kan plaatsvinden middels een verzoek aan de Koning (Dienst Justis).

Aangaan van een huwelijk / geregistreerd partnerschap

De wet stelt eisen aan de personen die een huwelijk wensen aan te gaan. Voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap zijn de wettelijke bepalingen over het huwelijk eveneens van toepassing. In sommige gevallen, zoals minderjarigheid, is ontheffing nodig om een huwelijk te mogen aangaan. Bovendien is toestemming nodig van de ouders. Als deze toestemming niet wordt gegeven, dient vervangende toestemming aan de rechtbank te worden verzocht. Iemand die vanwege drank of drugsmisbruik onder curatele staat, heeft toestemming nodig van de curator. Als deze toestemming wordt geweigerd is vervangende toestemming nodig van de rechtbank.

Nietigverklaring van een huwelijk / geregistreerd partnerschap

In enkele gevallen is het mogelijk de rechtbank te verzoeken het aangegane huwelijk nietig te verklaren. Dit is bv. mogelijk als het huwelijk onder dreiging tot stand is gekomen of al er is gedwaald omtrent de persoon waarmee het huwelijk is aangegaan. De bepalingen ten aanzien van het huwelijk gelden ook voor het geregistreerd partnerschap. Hiervoor gelden korte termijnen, zodat in zulke situaties snel juridische bijstand dient te worden ingeschakeld.

Echtscheiding

De echtscheiding kan door de rechtbank worden uitgesproken op verzoek van beide partijen of op eenzijdig verzoek van een partij. De grond voor echtscheiding is de duurzame ontwrichting van het huwelijk. Het is voldoende dat een partij stelt dat hiervan sprake is. De rechtbank zal in dat geval altijd de echtscheiding uitspreken.

Boedelscheiding

Wanneer u gaat scheiden komt er veel op u af en moet er veel geregeld worden.  De checklist ‘Bezittingen en schulden’ kan u helpen om de financiële zaken op een rijtje te zetten.

Onder het huidige Nederlands huwelijksvermogensrecht geldt dat indien er geen huwelijkse voorwaarden zijn opgemaakt er sprake is van een algehele gemeenschap van goederen.

Dit betekent dat alle goederen gemeenschappelijk zijn. Deze huwelijksgoederengemeenschap wordt ontbonden per datum dat het verzoekschrift tot echtscheiding (of ontbinding geregistreerd partnerschap plaatsvindt). Per deze zogenaamde peildatum wordt als het ware een foto genomen van al hetgeen op dat moment aanwezig is. Deze goederen dienen tussen partijen bij helfte te worden verdeeld. De waarde van de vermogensbestanddelen wordt bepaald op het moment van verdeling.

In overleg kan ook worden afgeweken van deze wettelijke peildata. U kunt samen kiezen voor een datum waarop u beziet welke vermogensbestanddelen er aanwezig zijn en de waardebepaling.

Indien er wel huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt, dient goed te worden beoordeeld wat er in deze huwelijkse voorwaarden is afgesproken. Soms zijn er wel gemeenschappelijke goederen.

Daarnaast kunnen er dan toch eenvoudige gemeenschappen zijn ontstaan, omdat u samen goederen hebt aangekocht, zoals een woning.

Bovendien is in veel huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding terzake inkomsten opgenomen. In geval tijdens het huwelijk nooit uitvoering is gegeven aan dit beding, geldt het wettelijk bewijsvermoeden dat al het aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn opgebouwd met te verrekenen inkomsten. Dit betekent dat al dit aanwezige vermogen dient te worden verdeeld. Het betreft hier een bewijsvermoeden waarvan tegenbewijs kan worden geleverd. Ook daarvoor is het belangrijk alle bewijsstukken te verzamelen.

Schulden kunnen niet worden verdeeld. De gemeenschappelijke schulden worden echter wel in de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap of afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden meegenomen. U kunt namelijk wel afspreken wat de onderlinge draagplicht van deze schulden zal zijn.

Deze afspraken staan evenwel los van uw aansprakelijkheid richting de schuldeiser. Deze kan nog altijd verhaal op u nemen. U blijft aansprakelijk voor gemeenschappelijke schulden totdat deze zijn afgelost.

Voor de scheiding is het belangrijk dat u een overzicht maakt van al uw bezittingen en schulden.

Hier kunt u de checklist Bezittingen en Schulden downloaden.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

Voorafgaand of tijdens het huwelijk kunnen partijen huwelijkse voorwaarden overeenkomen. Er zijn verschillende varianten van huwelijkse voorwaarden. In iedere situatie dient daarom te worden beoordeeld hoe de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden dient plaats te vinden.

Vaststelling of ontkenning vaderschap

De vaststelling van het ouderschap kan, ook als diegene is overleden, worden verzocht aan de rechtbank op de grond dat de persoon de verwekker is van het kind of als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met de daad van verwekking.

Deze vaststelling kan plaatsvinden op verzoek van de moeder (totdat het kind 16 jaar is) en op verzoek van het kind zelf.

De wet stelt echter ook beperkingen aan het verzoek tot vaststelling van het vaderschap. Een dergelijke beperking is bv. als het kind al  twee ouders heeft. 

Het vaderschap kan op de grond dat de man niet de biologische vader is worden ontkend door de moeder, de vader en het kind zelf.

Niet in alle gevallen kunnen de vader of moeder het vaderschap ontkennen. De wet beperkt deze mogelijkheden. Voor de moeder geldt een termijn van een jaar na de geboorte, voor de vader een jaar na de ontdekking dat hij ermee bekend werd dat hij waarschijnlijk de vader niet is. Voor het kind geldt een termijn van drie jaar na de ontdekking dat de vader vermoedelijk niet de biologische vader is. Als deze ontdekking tijdens de minderjarigheid wordt gedaan, geldt een termijn van drie jaar na het meerderjarig worden van het kind. Het verzoek dit altijd aan de rechtbank te worden gedaan.

Gezag over minderjarigen

Minderjarigen staan onder gezag. Het gezag is ouderlijk gezag of voogdij. Het gezag dat de ouders gezamenlijk uitoefenen is het ouderlijk gezag. Voogdij is het gezag over het kind door een niet-ouder.

Het gezag ziet op de persoon van de minderjarige, het bewind over het vermogen van de minderjarige en het vertegenwoordigen van de minderjarige in burgerlijke handelingen (bv. aangaan overeenkomsten) in en buiten rechte. 

Een kind dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ouders wordt geboren, staat automatisch onder het gezamenlijk ouderlijk gezag. In andere gevallen heeft de moeder alleen het gezag. De ouders kunnen samen het gezamenlijk gezag vastleggen. Ook kan de vader eenzijdig een verzoek tot vaststelling van het gezamenlijk gezag indienen. 

Als het gezag bij één ouder berust, kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Hierdoor ontstaat voor die ander ook een onderhoudsverplichting ten opzichte van het kind. 

Na een echtscheiding (of verbreking relatie) is het uitgangspunt dat de ouders het gezamenlijk gezag over hun kind(eren) blijven uitoefenen.

Ouders zijn verplicht om samen een ouderschapsplan op te stellen. Dit geldt ook voor ongehuwde ouders.

Als ouders geen ouderschapsplan opstellen, kan de sanctie zijn dat de echtscheiding niet wordt uitgesproken. Omdat bij verbreking van de relatie van ongehuwde ouders de rechter niet betrokken is, is er geen sanctie als de ouders geen ouderschapsplan opstellen.

Maar op het moment dat tussen partijen een geschil ontstaat over de uitoefening van het gezamenlijk gezag (bv. omtrent de verhuizing van een ouder, school van een kind etc.) en dit wordt voorgelegd aan de rechter, dan kan de rechter bepalen dat de ouders eerst een ouderschapsplan dienen op te stellen. 

Het gezag kan door de rechter worden beëindigd. Dit kan enkel op zwaarwegende gronden en enkel in het belang van het kind.

Omgang en informatie
  • Het kind heeft recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind.
  • De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
  • De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:
    • 
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
    • 
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
    • 
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of   
    • In alle zaken betreffende minderjarige geldt dat de rechter beoordeelt wat in het belang van het kind wordt geacht. Een aantal van de belangen van kinderen blijken al uit de wet. Omgang met de andere ouder en mensen met wie het kind een nauwe band heeft, wordt in het belang van het kind geacht. Enkel in zwaarwegende gevallen, kan de rechter oordelen dat het meer in belang van het kind is om (tijdelijk) geen omgang te hebben.
    • Een omgangsregeling kan ook worden vastgesteld tussen het kind en een ander dan de ouder, bv. grootouders.
    • 
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

De rechter kan zich laten adviseren door de Raad voor de Kinderbescherming. Als het kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, zal het kind door de rechter worden uitgenodigd om zelf zijn mening kenbaar te maken. De wil van het kind wordt door de rechter meegewogen, maar is niet doorslaggevend. De rechter dient nog altijd een oordeel te vormen wat in het belang van het kind is.

Levensonderhoud

De wet bepaalt wie gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud en aan wie.

Echtgenoten zijn tijdens het huwelijk verplicht elkaar het nodige te verstrekken. Na ontbinding van het huwelijk kan er een alimentatieverplichting ontstaan. 

Voor kinderen zijn de ouders onderhoudsplichtig. Ook de verwekker van een kind is onderhoudsplichtig. Een stiefouder is alleen gedurende het huwelijk of geregistreerde partnerschap levensonderhoud te verstrekken aan tot het gezin behorende kinderen.  

Bij de berekening van alimentatie wordt gekeken naar de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige.  

Zie ook Onderhoudsverplichting van de overleden ouder: de regeling van de som ineens