Bel ons nu!

Erfopvolging bij versterf

Erfopvolging vindt plaats bij versterf of krachtens een uiterste wilsbeschikking (testament). De uitdrukking ‘bij versterf’ houdt in dat de erfopvolging volgens de wet plaatsvindt en niet krachtens een uiterste wilsbeschikking.

In de wet is bepaald wie er erft wanneer de overledene (erflater) geen uiterste wilsbeschikking heeft laten opmaken bij de notaris.

De wet kent vier parentelen die achtereenvolgens tot de nalatenschap van de erflater worden geroepen, nl.:

  1. De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en de kinderen van erflater;
  2. De ouders, broers en zussen;
  3. De grootouders;
  4. De overgrootouders.

Wanneer in de eerste groep geen erfgenaam wordt aangetroffen, wordt verder gekeken in de volgende groep. Om te erven moet je op het moment van het openvallen van de nalatenschap (het overlijden) namelijk bestaan.

Een ongeboren kind wordt als erfgenaam aangemerkt als het levend ter wereld komt.

Iemand erft ‘uit eigen hoofde’ wanneer de erfgenaam erft op grond van de plaats die hij zelf inneemt. Bij ‘plaatsvervulling’ wordt geërfd wanneer hij de plaats inneemt van een ander. Dit gebeurt op grond van de wet voor personen die op het moment van het openvallen van de nalatenschap a. niet meer bestaan, b. onwaardig zijn, c. onterfd zijn, verwerpen of e. wier erfrecht is vervallen.

Deze plaatsvervulling geldt alleen in versterferfrecht en niet wanneer er een uiterste wil is. De wet kent daarop één uitzondering voor afstammelingen van stiefkinderen die in de wettelijke verdeling zijn betrokken. In de praktijk worden de wettelijke regels over plaatsvervulling van overeenkomstige toepassing verklaard in uiterste wilsbeschikkingen.