Bel ons nu!

Vervolging

Na verloop van het onderzoek heeft de officier van justitie een aantal mogelijkheden:

  • een (voorwaardelijk) sepot;
  • het uitvaardigen van een strafbeschikking;
  • dagvaarden voor de rechter.

 

(Voorwaardelijk) sepot

Als de officier van justitie de zaak seponeert, betekent dat dat je niet verder wordt vervolgd. Het strafrechtelijk traject wordt dan afgesloten en er komt geen vermelding in de justitiële documentatie (strafblad). Wel worden de gegevens door de officier van justitie en de politie bewaard. Deze gegevens kunnen er weer worden bijgehaald als je opnieuw wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit.

De officier kan ook seponeren onder voorwaarden. Dit houdt in dat hij de vervolging beëindigt, onder bepaalde voorwaarden, waaronder in ieder geval de voorwaarde dat de minderjarige gedurende een bepaalde periode geen strafbaar feit pleegt. Worden de voorwaarden geschonden, dan kan de officier alsnog overgaan tot vervolging (strafbeschikking of dagvaarding). 

Strafbeschikking door de officier van justitie (art. 257a Sv)

De officier kan ook besluiten dat je een straf verdient, maar dat het niet nodig is jou voor de rechter te dagvaarden. De officier kan in dat geval zelf een straf opleggen, door middel van een zogenoemde strafbeschikking. Dit kan zijn:

een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uren;

  1. een geldboete;
  2. onttrekking aan het verkeer
  3. de verplichting tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer;
  4. ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste zes maanden.

Tegen een strafbeschikking kan een verdachte zich verzetten (art. 257e en 257f Sv). 

Strafzaak voor de rechter

Ten slotte kan de officier besluiten om je te dagvaarden voor de rechter. In dat geval krijgt je een dagvaarding thuisgestuurd, waarin je wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen.

Dagvaarding

De dagvaarding dient zo spoedig mogelijk te worden betekend  (binnen een redelijke termijn; art. 6 EVRM). In jeugdstrafzaken bedraagt die redelijke termijn maximaal 16 maanden.

Tegen een dagvaarding kan een bezwaarschrift worden ingediend (art. 262 Sv).